Genealogie Adriaan Danielszn van der MERWEDE [1087]

Opgemaakt op 7-9-2008 door C.C. Klootwijk Voorbehoud en waarschuwingen
I. Adriaan Danielszn van der MERWEDE [1087], geb. ca. 1250, overl. na 1298, tr. [388] NN van DAALLEM [1088], jonkvrouw.
Uit dit huwelijk:
  1. Adriaan van CLOOTWIJCK [1089], geb. ca. 1280, volgt II.
  2. NN van CLOOTWIJCK [1091].
  3. Jan van MUYLWIJCK [1092].

Uit: Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden door A.J. van der Aa uitg. 1845:
KLOOTWIJK, voormalige adellijke hofstede in het land van Altena, prov. Noord-Brabant, van welke het adellijke geslacht 'van Klootwijk' voortkwam, hetwelk van dat van der Merwede afstamde, zijnde Adriaan van der Merwede Danielszn., die op het einde der dertiende eeuw leefde, de eerste geweest, welke dien naam aannam.
Deze adellijke hofstede, welke, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte bevatte van 70 morgen (ongeveer 60 bunder) is, bij den St. Elizabethsvloed van 18 november 1421, geheel ondergeloopen, en er zijn later slechts 54 of 55 morgen gronds daarvan weder bedijkt door Adriaan van Klootwijk Reijerszoon, zoo als blijkt uit eenen Schepenenbrief van Almkerk de dato 10 september 1534. In het jaar 1585 deed Johan van Klootwijk, de grachten van het vervallen huis van Klootwijk weder ophalen. De schans schijnt echter nimmer weder tot den vorigen luister te zijn gekomen. Thans vindt men er nog enkel eene bouwhoeve met 3 bunder land behoorende tot het arr. 's-Hertogenbosch, kant. Heusden, gem. Almkerk-en-Uitwijk, en wordende thans in eigendom bezeten door de wed. B. Snart.

Het eerste gedeelte van deze tak 'van Clootwijck' wordt beschreven in "Beschrijvinge van Dordrecht" (1677) door Matthijs Balen. Deze heeft zijn gegevens uit een handschrift van (vermoedelijk) Matthijs van de Merwede van Clootwijck (afstammeling van Reijer Janszoon van Clootwijk). Er bestaat echter grote twijfel over de nauwkeurigheid van deze beschrijving. Neem bijvoorbeeld het feit dat als vader van Adriaan Jan Arntsz hier Reijer van Clootwijk genoemd wordt.

Wel is er een familiewapen gevonden van de Merwedes bij het CBG in den Haag.



II. Adriaan van CLOOTWIJCK [1089] (zn. van I), geb. ca. 1280, knaap, overl. na 1322, tr. [389] Jenne Willemdr van DRONGELEN [1090], jonkvrouw.
Uit dit huwelijk:
  1. Wouther [1093], geb. ca. 1320, volgt III.

Bronnen: Geheel volgens Mathijs Balen (1677).


III. Wouther van CLOOTWIJCK [1093] (zn. van II), geb. ca. 1320, ridder, overl. na 1340, tr. [390] Agnes Willemsdr van RIJSWIJCK [1094], jonkvrouw.
Uit dit huwelijk:
  1. Reyer [1095], geb. ca. 1350, volgt IV.

Bronnen: Geheel volgens Mathijs Balen (1677).


IV. Reyer van CLOOTWIJCK [1095] (zn. van III), geb. ca. 1350, leenvolger, overl. na 1390, tr. [391] NN van HOUWENINGEN [1096], jonkvrouw.
Uit dit huwelijk:
  1. Adriaen Jan Arntsz [1021], geb. ca. 1390, volgt V.

Hier bestaan twijfels over de juistheid. Was Adriaan Jan Arntsz (!) een zoon van Reijer?
Bronnen: Geheel volgens Mathijs Balen (1677).



V. Adriaen Jan Arntsz van CLOOTWIJCK [1021] (zn. van IV), geb. ca. 1390, overl. ca. 1468, tr. [361] Dirkje van POLANEN [1097], jonkvrouwe.
Uit dit huwelijk:
  1. Reywaert Adriaensz [1023], geb. ca. 1415, volgt VI.
  2. Dirck Adrieansz [3211], overl. voor 1473. Dirck zegelde met twee ruggelings geplaatste zalmen overtopt door een halve maan.

Adriaen Jan Arntsz. (later "van Clootwijck") kocht op 24 febr. 1418 de ridderlijke hofstede "Clootwijck" (onder Almkerk) van Floris van Klootwijck Pontiaensz. (ex matre Lijsbeth Florisdr. van Dalem). Adriaen is zich pas daarna "van Clootwijck" gaan noemen. Er blijkt nergens dat hij tot het geslacht behoorde.
Als mogelijke vrouwen worden ook "een dochter van Reijmbert van der Brugge" en Johanna Willemsdr van Nederveen genoemd.
Bronnen: "Een speurtocht door de Langstraat (1500-1650)" door Mevr. A.I. Menalda-van der Hoeven (1981).



VI. Reywaert Adriaensz van CLOOTWIJCK [1023] (zn. van V), geb. ca. 1415, leenheer te Almkerk, overl. 1468, tr. [362] Willumke Willemsdr van NEDERVEEN [1024], ex matrie Couwenhoven.
Uit dit huwelijk:
  1. Jan Reynaerts [1027], geb. 1440, volgt VII.

Op 25-8-1468 ontving Jan van Klootwijk Reinersz. [1027] bij dode van zijn vader, de volgende lenen:
- "3 morgen land in het gerecht van Almkerk aan de gracht op Klootwijk, oost: (1536: noordoost) erven Reiner van Klootwijk, west: de gemene steeg van Uppel."
- "2 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Pesserik (1560: strekkend van het leen van Jan Willemsz. tot de gemene steeg van de doorn), oost: erven, Hubert Montenz. (1560: erven Adriaan van Klootwijk], west: erven Reiner van Klootwijk (1560: Pieter van Klootwijk)."
- "3 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Nootkamp, (1560: oost: erven Adriaan van Klootwijk, west: Pieter všn Klootwijk, strekkend van de Achtersteeg tot de kinderen van Arnout Brienenz.)."
Hieruit valt te concluderen dat Reywaert Adriaensz van CLOOTWIJCK [1023] in 1468 overleden is.

Bronnen: LEENKAMER VAN EMMIKHOVEN, ALMKERK 224/2 fo. 1.



VII. Jan Reynaerts van CLOOTWIJCK [1027] (zn. van VI), geb. 1440, overl. 1518, tr. [364] Elisabeth de BORCHGRAEFF [1028], dr. van Gerrit DIRCKS [1025] en NN van RIJSWIJK [1026].
Uit dit huwelijk:
  1. Reijwaert Jansz [1098], geb. 1470, volgt VIIIa.
  2. Jan Jansz [3213], overl. 1542, tr. [1074] Elisabeth BURGEN [3214], overl. voor 1557. Uit dit huwelijk 6 kinderen.
  3. Dirck Jans [1029], geb. 1479, volgt VIIIb.
  4. Heer Gerrit Jansz [3215], priester, overl. tussen 1542 en 1544. Maakte op 1 april 1542 een testament (zie onder).
  5. Adriana Jansdr [3216], overl. 1512, tr. [1075] Gijsbert Anthonisz [3217], overl. ca. 1533.
  6. Jan (de Jonge) [3218], heemraad in Klein-Waspik, overl. voor 1616.
  7. Zeger [3862], begr. Almkerk 1557.

Op 25-8-1468 ontving Jan van Klootwijk Reinersz. [1027] bij dode van zijn vader, de volgende lenen:
- "3 morgen land in het gerecht van Almkerk aan de gracht op Klootwijk, oost: (1536: noordoost) erven Reiner van Klootwijk, west: de gemene steeg van Uppel."
- "2 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Pesserik (1560: strekkend van het leen van Jan Willemsz. tot de gemene steeg van de doorn), oost: erven, Hubert Montenz. (1560: erven Adriaan van Klootwijk], west: erven Reiner van Klootwijk (1560: Pieter van Klootwijk)."
- "3 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Nootkamp, (1560: oost: erven Adriaan van Klootwijk, west: Pieter všn Klootwijk, strekkend van de Achtersteeg tot de kinderen van Arnout Brienenz.)."
In 1520 ontving Jan [3213?] deze lenen: "Jan van Klootwijk bij dode van Jan, zijn vader"
Op 8-2-1536 gingen deze lenen weer over naar Jan van Klootwijk Reinersz. de oude bij verzuim. Deze Jan was de oudste zoon Johan [1100] van Reijwaert Jansz van CLOOTWIJCK [1098].


Heer Gerit van Clootwijck maakt op 1 april 1542 een testament op (zie Taxandria jaarg 1922/23):

Heer Gerit van Clootwijck, priester, "maekt" dan:
1. 80 schilden van 14 stuivers aan de kerk van Capelle "tot een casule (kazuifel) van blauw of rood carmosijn met een kruijs van fluweel, op welke casule zullen staan zijn vier quartieren of wapenen.
2. 100 carolusgulden aan de Heilige Geest van Capelle, "met last aan de H.G. meesters in der tijd zijnde te contribueren aan de arme mensen op zijn jaargetij 5 vaten rogge." (2 maal per jaar).
3. Begeert dat alle mensen die op zijn uitvaart wensen te komen, al waren dat er ook 800, genoeg te eten en te drinken zullen krijgen, plus een halve stuiver aan geld en een brood van een halve stuiver.
4. Begeert dat er 8 toortsen op zijn uitvaart door 8 arme jongens zullen worden gedragen en vermaakt aan elke jongen een el laken.
5. Begeert aan zwart kleed op zijn graf gelegd te hebben.
6. Verklaart dat de grond van zijn huis en schuur toebehoort aan de kerk van Capelle en dat hem vergund is om een dak te mogen timmeren. Hij vermaakt "de timmeringe van huijs en schuere" aan de kerk; en de kerkmeesters zullen dat "indertijd" mogen verhuren aan de pastoor. Daarvoor zullen de kerkmeesters doen celebreren twee maal per jaar zijn jaargetijde, "gevende den pastoor 2 stuivers, elken priester 1 stuiver, den koster 1 stuiver; en zullen 5 kaarsen stellen, elke kaars van een half pond.
7. Vermaakt het "huiske" staande op de kerkgrond Noordwaarts van de schuur, aan de armen, om drie arme mensen daarin te laten wonen, met twee bedden en toebehoren, liggende achter in de kamer. Hierop moeten toezien Adriaen Dircksz van Clootwijck (geh. m. Anneke Adriaen Jansdr) en de Oude Jan van Clootwijck (oudste zoon (Johan) van Reijwaert Jansz van Clootwijck en Elisabeth van Emmichoven).
8. Vermaakt die drie arme mensen, "om mede onderhouden te worden" drie gulden jaarlijks losrente.
9. Vermaakt "Aerien van Nerven" 50 carolusgulden; om daarmee te vereffenen "zijn recht van zijn collatie en presentatie der kerke van Capelle".
10. Vermaakt 3 gulden aan zijn arme vrienden (lees: familie) in Almkerk, om daarvan gekleed te worden.
11. Vermaakt de gilden van Onze Lieve Vrouwe, Barbara, Anna en Catharine elk een carolusgulden eenmaal, voor zijn "doodschuld".
12. Vermaakt zijn diensmaagd Bater 20 schilden boven haar huur, indien zij bij hem blijft wonen.
13. Vermaakt Backen(?) Janssen een halve libre gulden eens en zijn dagelijkse "Tabbaert zonder voeyer." (zonder voering).
14. Vermaakt de kinderen van zijn broer Dirck van Clootwijck uit diens tweede huwelijk, nl. Neelken (Cornelia), Lijsken (Elisabeth) en Adriaenken (Adriana), 4 gulden eens, "behouwelijck dat zij trouwen zullen bij haers vaders vrienden raed".
15. Maakt Nervens (Nederveens) kinderen te Vlijmen drie gulden eens voor kleren.
16. Maakt de kinderen van Mariken Willemsdr. Schut te samen 3 gulden eens.
17. Maakt Thonis, zoon van Mr. Adriaen van Strijen, een gulden voor een tabbaard.

Enz. enz.

"Gedaen in de grote kamer des testateurs huijsinge in 't dorp van Cappel in Holland gelegen onder 't gesag van Luijk, ter presentie van den genereusen ende magtigen heere Gerard de Vladeracken heere tot Geffen. Jan van Balen, priester tot Tansseldonck, Hendrick Payman van Capelle en Willem Haren Pietersz. als getuijgen hiertoe versogt ende gebeden".

Bronnen: LEENKAMER VAN EMMIKHOVEN, ALMKERK 224/2 fo. 1, 224/2 fo. Iv, 224/2 fo. IOV.



VIIIa. Reijwaert Jansz van CLOOTWIJCK [1098] (zn. van VII), geb. 1470, ridder en leenvolger, overl. na 1549, tr.(1) [392] Elisabeth van EMMICHOVEN [1099].
Reijwaert woonde in 1535 op "Clootwijck", waarmee hij op 22 febr 1519 was beleend.
Uit dit huwelijk:
  1. Johan [1100], volgt IXa.
  2. Jan Reywaertsz [1007], geb. ca. 1515, volgt IXb.

Reijwaert Jansz van CLOOTWIJCK, tr.(2) [1073] Catharina [3212].

In eerste instantie werd Jan Reywaertsz van Clootwijck [1007] genoemd als Jan Dircks van Clootwijck genoemd. Echter na documenten die ik kreeg van Ben van Rijswijk (www.benvanrijswijk.com) is de juiste relatie van Jan Reywaertsz (de jonge) vastgesteld.
De bewijzen staan in de zakelijke afhandeling van het overlijden van Cornelis van Rijswijck, de broer van Florentina Sweersdr van RIJSWIJCK [1008].

Op Op 8-2-1536 ontving Jan van Klootwijk Reinersz. [1100] de volgende lenen van Jan van Klootwijk [3213] bij verzuim:
- "3 morgen land in het gerecht van Almkerk aan de gracht op Klootwijk, oost: (1536: noordoost) erven Reiner van Klootwijk, west: de gemene steeg van Uppel."
- "2 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Pesserik (1560: strekkend van het leen van Jan Willemsz. tot de gemene steeg van de doorn), oost: erven, Hubert Montenz. (1560: erven Adriaan van Klootwijk], west: erven Reiner van Klootwijk (1560: Pieter van Klootwijk)."
- "3 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Nootkamp, (1560: oost: erven Adriaan van Klootwijk, west: Pieter všn Klootwijk, strekkend van de Achtersteeg tot de kinderen van Arnout Brienenz.)."

Bronnen: Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol.40v, 3-10-1554, Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 69 fol. 28, 3-10-1554, 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 12 fol. 19v, 3-10-1554, www.benvanrijswijk.com, LEENKAMER VAN EMMIKHOVEN, ALMKERK 224/2 fo. IOV.



IXa. Johan van CLOOTWIJCK [1100] (zn. van VIIIa), leenvolger, overl. ca. 1550, tr. [393] Jenne van der HOOVEN [1101], jonkvrouwe.
Uit dit huwelijk:
  1. Pieter [1102], geb. Dordrecht ca. 1530, volgt Xa.
  2. Dirck [3863].
  3. Elisabeth [3864].
  4. Geertruyd [3865], tr.(1) [1353] Leendert Andrieszn [3866], tr.(2) [1354] Godschalk Andrieszn [3867], tr.(3) [1355] Abraham Dircks ten HAGE [3868].

Op Op 8-2-1536 ontving Jan van Klootwijk Reinersz. [1100] de volgende lenen van Jan van Klootwijk [3213] bij verzuim:
- "3 morgen land in het gerecht van Almkerk aan de gracht op Klootwijk, oost: (1536: noordoost) erven Reiner van Klootwijk, west: de gemene steeg van Uppel."
- "2 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Pesserik (1560: strekkend van het leen van Jan Willemsz. tot de gemene steeg van de doorn), oost: erven, Hubert Montenz. (1560: erven Adriaan van Klootwijk], west: erven Reiner van Klootwijk (1560: Pieter van Klootwijk)."
- "3 1/2 morgen land in Almkerk, genaamd de Nootkamp, (1560: oost: erven Adriaan van Klootwijk, west: Pieter všn Klootwijk, strekkend van de Achtersteeg tot de kinderen van Arnout Brienenz.)."
Op 4-2-1550 gingen deze lenen over naar Janneke van Klootwijk voor Pieter van Klootwijk Jansz., haar zoon. Was dit n.a.v. het overlijden van Jan van Klootwijk?

LEENKAMER VAN EMMIKHOVEN, ALMKERK 224/2 fo. IOV, 224/2 fo. 16v-17 en fo. 1.



Xa. Pieter van CLOOTWIJCK [1102] (zn. van IXa), geb. Dordrecht ca. 1530, leenvolger, schout, overl. na 1596, tr. [394] Margriet HEYS [1103], jonkvrouw, overl. Geertruidenberg 1593.
Uit dit huwelijk:
  1. Johan [1104], geb. 1553, overl. 1574.
  2. Mathijs [1105], geb. ca. 1555, volgt XIa.
  3. Govert [3869], volgt XIb.
  4. Dierck [4354], overl. Gorinchem 1608. Tresorier van de stad Geertruidenberg, beedigd op 30 juni 1593, geen nageslacht.
  5. Sofia [3870], overl. 1642, tr. [1356] Hogo van LUCHTENBURG [3871], schout G'berg 1596-1632. Hun zoon Pieter was Procureur bij het Hof van Holland
  6. Digna [4355], overl. voor 1602, tr. [1575] na 1597 Ancelmus van LUCHTENBERCH [4356].

Uit Biographisch woordenboek der Nederlanden van A.J. van der AA en uit het latere Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek (1911):
'Pieter van Clootwijk, zoon van Johan van Clootwijk en van Jenne van der Hooven, geboren te Dordrecht, nam in het jaar 1573 de stad Geertruidenberg, voor den Prins van Oranje, met behulp van den Luitenant-Generaal Poyet, bij verrassing in. Later werd hij tot Schout van Geertruidenberg aangesteld. Zie: Balen, Beschr v Dordrecht blz 114; van Nuysenburg, Korte Beschr van Geertruidenberg blz 39 noot 42; Schotel, Kerk Dordrecht Deel I blz 73 noot 3.'

Een beschrijving van de grafzerk uit de Kerk van Geertruidenberg:
Zerk 12: (ca 140x260 cm.) (href=1102ft01.gif)
Opschrift: "Hier leyt begrave(n) Pieter van Clootwijk Jansoon in sijnen leve(n) schouteth borgemeester deser stede oick rentm(eeste)r over de domeynen va(n) Oisterhout, Donghe(n), Gheertruyden Berghe ende de visscherijen aldaer mitsgaders dijckgrave(n) slants van Altenae en sterf opte(n) 8 Augusti an(n)o 1596 ende Margareta Heys Wouters dochter zijne huysvrouwe sterf opte 16 Novembris 1594".
Afbeelding: Twee wapens onder ťťn helm, helmteken het schild van wapen 1 tussen een vlucht.
Wapen 1: een dwarsbalk, vergezeld van vijftien bollen beneden de balk geplaatst 5,4,3,2,1.
Wapen 2: in ruitvorm gedeeld (wapen Godschalck Heys), 1. een dorre uitgerukte boom, boven in de boom zitten drie vogels. 2. een wassenaar, vergezeld van drie vogels. (met dank aan J.J.A. de Hoogh)

Ook volgens van Hoogh: Pieter was Schepen in 1567, 1568. Burgemeester in 1570, 1571 (in 1571 voortvluchtig vanwege zijn protestante religie); schout in 1573-1589 en 1593-1596. Rentmeester van de domeinen van de prins van Oranje onder Oosterhout, Dongen en Geertruidenberg en van de visserij in de Grote Waard. Dijkgraaf van het land van Altena. Overleden 8 aug. 1596. Hij woonde ter plaatse van de vroegere Marktkazerne. Huwde ca 1550 Margaretha Heys, dochter van Wouter Mathijsz. Heys en Mariken Peters, overleden 16 nov. 1594.
In 1577 verkoopt Pieter een "huijs ende erve" aan Mari Jacobs Bont (href=htm/1102.htm).

Bronnen: "Heraldiek in Geertruidenberg" van J.J.A. de Hoogh.



XIa. Mathijs van CLOOTWIJCK [1105] (zn. van Xa), geb. ca. 1555, burgemeester Geertuydenberge, overl. 3-2-1611, tr. [395] Henrica van DOMMELEN [1106], jonkvrouwe, overl. 8-2-1637.
Uit dit huwelijk:
  1. Johan [1107], geb. 1585, volgt XIIa.
  2. Margaretha [1108], overl. 30-7-1662, ondertr.(1) [397] Delft 23-4-1606 Jakobus VALLENSIS [1110], medicijn van Frederik Hendrik, overl. 14-2-1644, tr.(2) [1360] Jan van der GOES [3876], zn. van Andries van der GOES [3877] en Maria KEYNOGE [3878].
  3. NN [1109], tr. [398] Petrus Philips van LANSBERGEN [1111], medicinae doctor.
  4. Jenneken [6433], ged. Dordrecht 3-1594.

Zoals beschreven is in "Het verleden dat aan Oosterhout voorbijging", is het waarschijnlijk deze Matthijs geweest die gewoond heeft in het slotje Spijtenburg. Dit slotje kreeg in de 17de eeuw de naam "het huys van Clootwijck". De Matthijs die hierin woonde was tevens rentmeester van de visserij van de prins van Oranje te Geertruidenberg. In 1650 kreeg het slotje de naam Spijtenburg. Het slotje lag op de hoek van de Ridderstraat en de Keiweg en is gesloopt omstreeks 1818.

Volgens J.J.A. de Hoogh: Schepen in 1599, 1603, 1604, 1608, 1609. Burgemeester 1600-1602, 1605-1607, 1610, 1611. Rentmeester van de domeinen van Geertruidenberg van de prins en diens Visserij in de Grote waard (1586-1611). Hij bewoonde het woonhuis van zijn vader, eigenaar van het slotje Brakestein te Oosterhout, overleden 3 febr. 1611, huwde Hendrica van Drimmelen Jaspers-dochter, overleden 8 febr. 1637 (meerdere kinderen).

De dochter Jenneken zou dezelfde kunnen zijn als de NN die gehuwd was met Petrus Philips van LANSBERGEN.

Het is heel goed mogelijk dat Jasper van Clootwijck, rentmeester, die huwde met Petronelle Jansdr. van Lodensteyn, ook een zoon was van Mathijs van CLOOTWIJCK [1105].

Margrieta/Margaretha was op 8 mei 1646 te Delft getuige bij de doop van Jacob Vallensis, zoon van Theodurus Vallensis en Agatha van Beresteijn.

Bronnen: "Het verleden dat aan Oosterhout voorbijging, Oosterhout 1997" en Heraldiek in Geertruidenberg (J.J.A. de Hoogh), D Dordrecht 1594.



XIIa. Johan van CLOOTWIJCK [1107] (zn. van XIa), geb. 1585, leenvolger, overl. 1625, tr. [396] Kornelia Willemsdr de BEVER [1112], geb. 1587, overl. 1626.
Uit dit huwelijk:
  1. Matthijs [1113], geb. Geertruidenberg 7-7-1613, volgt XIIIa.
  2. Emerentia [3880].
  3. Margaretha [3881], ongehuwd, tr. [1362] Mr. Maximiliaan van de MEER [3882] van BERENDRECHT.



XIIIa. Matthijs van CLOOTWIJCK [1113] (zn. van XIIa), geb. Geertruidenberg 7-7-1613, dichter, heer van Clootwijck, tr. [1361] Den Haag ca. 1651 Deborah SPRONSEN [3879].
Uit dit huwelijk:
  1. Adriaan Victor [6511].
  2. Johan Jacob [6512].
  3. Daniel [6513].

Matthijs [1113] voerde het wapen van de Merwede weer. Het vermoeden bestaat dat deze Matthijs [1113] dezelfde is als Matthijs van de Merwede, heer van Clootwijck, die als dichter van 1647 en 1650 Rome bezocht. In 1651 publiceerde deze Matthijs zijn "Uyt-heemsen oorlog, ofte Roomsche min-triomfen". Deze bundel staat vol met erotische gedichten en werd zelfs in de provincie Utrecht verboden.
Een gedicht uit deze bundel:

't Is niet om haar brand te blussen,
Dat mijn Kind mijn stuit gaat kussen;
't Spijsde nooit haar geil gebrek
Dat zij mij beet in de nek.
Zij en neigdeŠnooit haarŠlippen
Naar het huisraad van mijn slippen,
Slechts om 't zoenen van de mast,
Die op hare koker past.
Nee, zij wil wat anders smaken
Nee, mijn kind wil noten kraken:
Om de minne van de smeer
Likt de kat de kandeleer.



XIb. Govert van CLOOTWIJCK [3869] (zn. van Xa), overl. 1605, tr. [1358] Maria BACX [3872].
Uit dit huwelijk:
  1. Francois [3873], Rentmeester domijnen Oosterhout en Dungen.
  2. Pieter [3874], geb. Dordrecht, ondertr./tr. [1357] Geertruidenberg 12-4/15-5-1638 Dingena SWAEN [3875], geb. Geertruidenberg.

Volgens J.J.A. de Hoogh: Govaert was Rentmeester van de geestelijke goederen in de Baronie van Breda, bewoonde het huis "den Gulden Valck (thans Markt 17), dat hij erfde van zijn schoonvader, overleden voor 1605. Hij huwde Maria Bacx, dochter van Johan Back Fransz. (ontvanger-generaal van de Prins van Oranje)
Bronnen: T prot Geertruidenberg 1614-1648 en "Heraldiek in Geertruidenberg" van J.J.A de Hoogh.



IXb. Jan Reywaertsz van CLOOTWIJCK [1007] (zn. van VIIIa), geb. ca. 1515, ambachtsheer van Rijswijk, overl. ca. 1561, tr. [354] ca. 1540 Florentina Sweersdr van RIJSWIJCK [1008], geb. ca. 1525, overl. ca. 1559, dr. van Sweer van RIJSWIJCK [5835], ambachtsheer van Rijswijk, en Aleid SWAN [5836].
Uit dit huwelijk:
  1. Cornelis Jansz. [5837], geb. ca. 1545, overl. na 1577.
  2. Assueer (ookwel Sweer) [1009], geb. ca. 1545, volgt Xb.
  3. Maricken Jansd. [5838], geb. ca. 1545.

Bronnen: Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol.40v, 3-10-1554, Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 69 fol. 28, 3-10-1554, 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 12 fol. 19v, 3-10-1554, www.benvanrijswijk.com.


Xb. Assueer (ookwel Sweer) van CLOOTWIJCK [1009] (zn. van IXb), geb. ca. 1545, overl. 1633, tr. [355] Beatge ROELOFS [1010], dr. van Roelof Huijberts [3431], brouwer te Zaltbommel, en Jut Goert SEGERS [3432].
Uit dit huwelijk:
  1. Judith [1011], tr.(1) [356] Claes Aerts STOUT [1014], uit Hedel, zn. van Aert Dircks STOUT [3433] en Anna Claes Hermansdr [3434], tr.(2) [357] Peter Matthijsz PANNEKEN [1015] alias Metselaer alias Van de Weert, in 1636 kerkmeester te Hedel weduwnaar van Metgen Jacobs Jansdr van Heel.
  2. Huybert [1012], volgt XIc.
  3. Elisabeth [1013], tr. [359] Hendrick Gerits BAYENS [1017], vooraanstaand man te Hedel, zn. van Gerit BAYENS [3437], schipper te Hedel, en Cathelijne Boudewijns van de VELDE [3438].
  4. Aeilken [3439], geb. Zaltbommel, tr. [1184] Zaltbommel 20-10-1616 Anthonis Bruijstensz van WIJCK [3440], geb. ca. 1590, leenman en schepen Poederoijen, overl. na 1649, zn. van Bruijsten Claesz van WIJCK [3441], leenman, secretaris Poederoije.

De gegevens zijn voornamelijk gehaald uit 'tussen Voorn en Loevestein en uit opgaven van Dhr. Kilwinger van Wijck uit Utrecht.


XIc. Huybert van CLOOTWIJCK [1012] (zn. van Xb), schepen van Hedel, overl. 5-6-1653, tr. [358] Lysbeth van de STEGHE [1016], uit Hedel, dr. van Cleas Aerts van de STEGHE [3435] en Jenneke Ariens de GOEY [3436].
Uit dit huwelijk:
  1. Assueer [1018], geb. ca. 1628, volgt XIIb.



XIIb. Assueer van CLOOTWIJCK [1018] (zn. van XIc), geb. ca. 1628, overl. Driel 5-5-1687, tr.(1) [360] Mettien Jans van AELST [1019].
Uit dit huwelijk:
  1. Huijbert [1020], ged. Kerkdriel 29-8-1658, volgt XIIIb.
  2. Jan [3806], ged. Kerkdriel 18-1-1663.
  3. Eelken [3807], ged. Kerkdriel 25-5-1674.

Assueer van CLOOTWIJCK, tr.(2) [1332] Driel 25-1-1685 Johanna de COCK [3808], geb. Driel.

De gegevens van het huwelijk van Huijbert van Clootwijck en Anna van Maren komen uit 'Kwartierstaten Alblasserwaard' van de Hist. Uitgeverij Rotterdam. Het is nog niet zeker dat Eelken echt een dochter is van Assueer, in de DTB transcriptie staan een vraagteken bij Eelken.
Bronnen: DTB Driel boek 531 RA Arnhem, Gens Nostra XX 1965.



XIIIb. Huijbert van CLOOTWIJCK [1020] (zn. van XIIb), ged. Kerkdriel 29-8-1658, begr. Driel 5-9-1724, ondertr./tr. [1176] Driel 27-12-1695/12-1-1696 Anna van MAREN [3424], geb. Driel, ged. Zaltbommel 13-5-1663, wed. van Herman van Lith, overl. na 2-4-1716, dr. van Adriaan van MAREN [3425] en Catharina Theodora FONCK [3426].
Uit dit huwelijk:
  1. Assuerus [3809], ged. Kerkdriel 2-11-1696, begr. Driel 1-10-1748, tr. [1333] Kerkdriel 18-5-1731 Josina Maurize [3811], JD van Wel.
  2. Theodorus [3810], ged.(GE) Kerkdriel 11-2-1703, volgt XIV.

Bronnen: DTB Driel, boek 531 RA Arnhem, DTB Ger. Gem 1711-1811.


XIV. Theodorus van CLOOTWIJCK [3810] (zn. van XIIIb), ged.(GE) Kerkdriel 11-2-1703, begr. Driel 21-12-1763, tr. [1334] Driel Jacoba SPRUIT [3812], begr. Driel 29-8-1753.
Uit dit huwelijk:
  1. Huibert Willem [3813], ged.(GE) Driel 18-10-1750, begr. Driel 23-6-1758.
  2. Willem Jacob [3814], ged.(GE) Driel 2-4-1752.
  3. Jacoba Catharina [3815], ged. Driel 26-8-1753, volgt XV.

Op 22-11-1752 is er te Driel "een kind van Clootwijck" begraven. Dit zou dus Willem Jacob kunnen zijn.
Bronnen: DTB RA Arnhem.



XV. Jacoba Catharina van CLOOTWIJCK [3815] (zn. van XIV), ged. Driel 26-8-1753, overl. Driel 8-10-1781, tr. [1335] Rossum 26-8-1772 Dirck van DOCKUM [3816], geb. Rossum 20-9-1744, graankoper te Driel, schepen in de Hoge Bank van Driel en Zuilichem, president-heemraad van de Bommelerwaard, overl. Driel 18-11-1831, dr. van Hermanus van DOCKUM [5270] en Elisabeth van EVERDINGEN [5271].
Uit dit huwelijk:
  1. Elisabeth Adriana Maria van DOCKUM [4037], geb. Driel 30-4-1773, jong overleden.
  2. Theodorus CLOOTWIJCK van DOCKUM [3817], geb./ged. Driel 17/20-11-1774, volgt XVI.
  3. Hermanus KLOOTWIJK [3818], geb./ged. Driel 22/25-8-1776, boekhouder, overl. Den Haag 5-2-1813, tr. [1429] Den Haag 24-5-1807 Marianne Judoca REESE [4038], geb. Budel 29-4-1779, overl. Den Haag 30-4-1839.
  4. Bejala Louisa KLOOTWIJK [3819], geb./ged. Driel 26/29-3-1778, overl. Driel 3-7-1838.

De kinderen van Jacoba Catharina zijn aangegeven als "KLOOTWIJK" ondanks dat de vader Dirk van Dockum was. Later wordt de naam CLOOTWIJK van DOCKUM gebruikt.
Bij het overlijden van Dirck van Dockum is er ook nog sprake van weduwnaar van Kornelia Elisabeth Ghijbben. Dirck is dus tweemaal gehuwd geweest.
Bij het overlijden had Bejala weer de achternaam van Dockum.
Bronnen: DTB RA Arnhem, huw datum volgens GSU, Ned Patriciaat, BS Driel ovl 1831-105, 1838-41.



XVI. Theodorus CLOOTWIJCK van DOCKUM [3817] (zn. van XV), geb./ged. Driel 17/20-11-1774, 1e Klerk Commissariaat der Franse troepen in dienst van de Bataafse Republiek 1800, overl. Den Haag ca. 1807, tr. [1430] Den Haag 26-10-1800 Margaretha Agatha BRONDGEEST [4039], geb. Rotterdam 8-3-1784, overl. Den Haag 28-5-1853, dr. van Josephus BRONDGEEST [4040] en Barbara KOCKERS [4041].
Uit dit huwelijk:
  1. Dirck Joseph CLOOTWIJK van DOCKUM [4042], geb. Den Haag 3-3-1802, ambtenaar der Directe Belast., overl. Hoge en Lage Zwaluwe 19-4-1868, tr. [1432] Hoge en Lage Zwaluwe 21-11-1841 Cornelia Catrina HOFMAN [4043], ged. Zevenbergen 20-2-1803, overl. Hoge en Lage Zwaluwe 18-1-1889, dr. van Cornelis HOFMAN [4044] en Catrina de BEER [4045].

Bij het huwelijk van Dirk en Cornelia worden de namen Derk Joseph Clootwijck van Dockum en Cornelia Hofman gebruikt. Ook heet de moeder van de bruid hier Margaretha Agatha Brandgast.
Bronnen: Ned. Patriciaat, BS huw Hooge en Lage Zwaluwe 1841-28.



VIIIb. Dirck Jans van CLOOTWIJCK [1029] (zn. van VII), geb. 1479, schout/heemraad 's-Grevelduin, overl. ca. 1530, tr.(1) [365] Lysbeth Cleasdr van der VELDE [1030].
Uit dit huwelijk:
  1. Adriaen Dircks [1031], volgt IXc.
  2. Antonia Dircksdr [3220].
  3. Claes Dircksz [3222], (kinderloos), overl. voor 26-11-1531.

Dirck Jans van CLOOTWIJCK, tr.(2) [1076] Geertruyt Jan Doedijnsdr [3219], overl. na 9-10-1571.
Uit dit huwelijk:
  1. Jan [3223], secretaris van Capelle, overl. tussen 1550 en 1556 (ongehuwd).
  2. Cornelia (Neeltje) Dircksdr [3224], tr. [1077] voor 1541 Jacop Pietersz van der EIJNDE [3225].
  3. Elisabeth Dircksdr [3226], overl. na 1601, tr. [1078] Cornelis Aertsz van ROSENDAEL [3227], overl. tussen 1572 en 1585.
  4. Adriana Dircksdr [3228], geb. ca. 1528, waardin, overl. voor 1594, tr.(1) [1079] Adriaen Emontsz van VEEN [3229], tr.(2) [1080] ca. 1564 Claes Cornelisz COELEVER [3230].



IXc. Adriaen Dircks van CLOOTWIJCK [1031] (zn. van VIIIb), schout van Capelle(1542), overl. tussen 10-1556 en 14-6-1557, tr. [366] Anneke Adriaen Jansdr [1032], overl. na 10-12-1557.
Uit dit huwelijk:
  1. Adriaen Adriaensz [3238], schout van Zuidewijn-Capelle en rentmeester van juffr. Margriet van der Merwede, overl. voor 1-10-1615, tr. [1084] voor 5-9-1577 Marike Adriaensdr (de Jonge) van CAMPEN [3239], overl. voor 8-4-1616, dr. van Adriaen Anthoniszn. (de Jonge) [3883] en Aenken Mertens [3884]. Dit huwelijk bleef kinderloos. Tevens is op te merken dat Marike een zus was van Aenken Adriaensdr van CAMPEN, de vrouw van Adriaen zijn broer Dirck.
  2. Dirck Adriaensz [1033], volgt Xc.
  3. Aleijt Adriaensdr [3240], overl. voor 1616, tr. [1085] Gijsbert Claesz van HOUWENINGEN [3241] secretaris van 's-Grevelduin-Capelle (1580) en rector van de duitse school te Gorinchem (1594?), overl. na 16-6-1617, zn. van Claes Aertsz [3242] en Anna Woutersdr [3243].
  4. Lijsbeth Adriaendr [3244], overl. 2-3-1626, tr. [1087] Peter Anthonissen [3245].

22-4-1617 Boedelscheiding tusschen de erfgenamen van Marike Adriaen Thoniss. De Jonge huisvrouw van Adriaen Adriaens van Clootwijck in leven schout van desen ambacht, zijnde Antonis Adriaens de Jonge, Adriaenke Adriaens wed. Dirk van Clootwijck, Janneke Adriaens wed. Adriaen Peters en Anneke Adriaens huisvrouw van Peeter Geerit Andriesz. Schout van Zuidewijn.
Genoemd worden nog de mede-erfgenamen Geertruyt Adriaens wed. wed. Jan Hendriks van der Vegt, en Aenke Martens de moeder der erfgenamen (Zuidewijn-Capelle RA nr 13)



Xc. Dirck Adriaensz van CLOOTWIJCK [1033] (zn. van IXc), schout en Heilige-Geestmeester van 's-Grevelduin-Capelle, overl. voor 11-10-1616, tr. [367] Aenke Adriaensdr van CAMPEN [1034], dr. van Adriaen Anthoniszn. (de Jonge) [3883] en Aenken Mertens [3884].
Dirck van Clootwijck was beleend met "De Houck".
Uit dit huwelijk:
  1. Adriaen Dircksz "de Oude" [3246], geb. Capelle ca. 1576, volgt XId.
  2. Dirck Dircksz [3247], volgt XIe.
  3. Peterken Dircksdr [3248], overl. tussen 1614 en 1616, tr. [1088] Capelle 8-5-1611 Ds. Timotheus WICKENTOORN [3249], geb. Hoorn 1585 predikant te Dussen (1610), Mijnsherenland (1615), Heerjansdam (1621) en wederom Mijnsherenland, overl. Mijnsherenland 28-5-1632.
  4. Geertruijd Dirksdr [3250], overl. voor 1645, tr. [1089] voor 17-12-1617 Jan Woutersz van DUIJSEL [3251]. Op 17 december 1617 kreeg het echtpaar attestatie naar Neer Steijl.
  5. Adriaen Dircksz "de Jonge" [1035], volgt XIf.



XId. Adriaen Dircksz "de Oude" van CLOOTWIJCK [3246] (zn. van Xc), geb. Capelle ca. 1576, secr. en schout Zuidewijn-Cap., overl. voor 1631, ondertr. [1434] 's-Grevelduin 23-4-1617 Anneke TIELEMANS [4046], geb. Vrijhoeven ca. 1585, overl. Capelle 6-10-1669.
Anneke hertrouwt op 4-5-1631 te 's-Grevelduin-Capelle met Wouter Jacobszn Visscher
Uit dit huwelijk:
  1. Dirck [4047], ged. 's-Grevelduin 15-2-1618 (get. Leijsgen Peters, Maiken Joachims en Jan Thielemans).
  2. Aentken [4048], ged. 's-Grevelduin 15-2-1618 (get. Leijsgen Peters, Maiken Joachims en Jan Thielemans).
  3. Adriaen [4049], geb. 's-Grevelduin 1-12-1619, ged. 's-Grevelduin 7-12-1619 (get. Jan Wouterszn en Jan Dijlen).
  4. Anneke [4050], ged. 's-Grevelduin 16-1-1622 (get. Dirck Dirckzn van Clootwijck en Dirchske Peters).
  5. Ariaentje [4051], ged. 's-Grevelduin 20-5-1629 (get. Pieter Baeijens), volgt XIIc.

Adriaen Dirksz "de Oude" was in 1612 secretaris en schout in Zuidewijn-Capelle en woonde op de Nieuwevaart.
's-Gerevlduin-Capelle R62, fol 80, 6-5-1631: Afscheit tusschen de weduwe ende kijnderen van Adriaen Dircksz van Clootwijck den Ouden.
N.A. `S-Gravenhage 643, fol. 15, 28-11-1668: Copie van testament in 's-Grevelduin-Capelle R66, fol.19v: Verklaring door dhr Suidewijn van Nijssen.... ten verzoeke van Johan Seijlmans, schout te Waspik dat hij heeft gekend: Dirck Adriaenszn. van Clootwijck, gehuwd met Aentien Adriaens van Campen, waaruit: Adriaen Dirckszn. van Clootwijck, secrtetaris van Suijdewijn gehuwd met Anna Tielmans, waaruit een dochter genaemd Adriaentken Adriaensdr. van Clootwijck, tegenwoordig gehuwd met Jan Seijlmans, bovengenoemd, die te samen hebben verwekt een zoon Adriaen van Clootwijck, geseijt Seijlmans. Verder vermeld een Jan Dirckszn. van Clootwijck, zijn neef, die een zoon was van Dirck Dirckszn en een kleinzoon van Dirck Adriaenszn van Clootwijck. Dirck Dirckszn. van Clootwijck was een broer van Adriaen Dirckszn. van Clootwijck.
Bronnen: D 's-Grev 1610-1625, 1626-1644, Taxatie Collaterale Successie 1610-1625 en opgave Piet Sanders.



XIIc. Ariaentje van CLOOTWIJCK [4051] (zn. van XId), ged. 's-Grevelduin 20-5-1629 (get. Pieter Baeijens), ondertr./tr. [1435] Waspik 21-4/17-5-1648 Jan Woutersz ZEIJLMANS [4052], schout tot Waspik.
Uit dit huwelijk:
  1. Adriaen van CLOOTWIJCK SEIJLMANS [4053], tr. [1436] Grietje Bastiaense BOESER [4054].

De zoon van Jan Woutersz Zeijlman en Ariaentje van Clootwijk, Adriaen, nam regelmatig de naam "van Clootwijck" aan. Eventueel werd er de toevoeging "gezegd Zeijlmans" gedaan. De kinderen van Adriaen (3 dochters) kregen wel weer de naam Zeijlmans.
Uit het Genealogisch Tijdschrift Midden, West en Noord Brabant jrg 19, blz 231: Verder bleek dat Elisabeth Zeilmans niet is gedoopt te Waspik 7-8-1684 maar te Waspik 23-11-1684. Zij is de dochter van Adriaen Janszn van Clootwijck, gezegd Zeijlmans en Margrietje Bastiaensdr Boeser. Dit blijkt uit "Groot Waspik r44, fol 214, 18-2-1713" Deling tussen Grietje Bastiaense Boeser en haar kinderen verwekt door Adriaen van Klootwijk gezegd Zeijlmans, met name Mayken, gehuwd met Steven Jansz Timmermans, Elisabeth gehuwd met Jacobus Hagoort en Geertruij gehuwd met Adriaen Schouten. Adriaen Janszn van Clootwijck, gezegd Zeijlmans was een zoon van Johannes Woutersz Zeijlmans die o.t/tr, `s.Gr-Capelle 21.4./20.5.1648 met Adriaentje Adriaensdr. Van Clootwijck. Bij de doop van Elisabeth stond als vader Adiraen Jansz van Clootwijck (dus zonder de naam Zeijlmans)



XIe. Dirck Dircksz van CLOOTWIJCK [3247] (zn. van Xc), tr.(1) [1438] Anneke Mertensdr [4055].
Uit dit huwelijk:
  1. Dirckje [4056], geb. Babilonienbroek 29-4-1612, tr. [1437] Heusden 8-6-1638 Willem Ariensz van GAMMEREN [4057], geb. ca. 1610, schout van Babilonienbroek.
  2. Jan [4058].

Dirck Dircksz van CLOOTWIJCK, tr.(2) [1439] Maria Davids du PIERE [4059], JD van Babilonienbroek.



XIf. Adriaen Dircksz "de Jonge" van CLOOTWIJCK [1035] (zn. van Xc), heemraad en schout Almkerk (ca. 1590), tr. [368] Lijske Tonisdr van UYTHOVEN [1036].
Lijske hertrouwt na 1639 met Jan Cornelisse Nanninge (van OUWERKERK)
Uit dit huwelijk:
  1. Anthoni Adriaens [1037], volgt XIId.
  2. Jan [3885], overl. ca. 1645.
  3. Maria [3886], overl. voor 1645.
  4. Dirck [3887], woonde 3-2-1662 op de Houck.
  5. Adriaentje [3888], volgt XIIe.

Adriaen was beleend met "De Houck" onder Almkerk

13-5-1664 Ds. de Wael, predikant te Boxtel, en zijn zwagers Godefridus de Ruyter en Martin van Lith tesamen kinderen van za juffr. Maria van Clootwijck, als mede de actie hebbende van sr. Anthony van Clootwijck, ca Commer Nanning, terzake koop van land in Uppel (Woudrichem r.a. nr 29-36).

Bronnen: Dossier Zimmermann, Een honderdtal Ned families door Maris.



XIId. Anthoni Adriaens van CLOOTWIJCK [1037] (zn. van XIf), heemraad Sprang 1650-1655, tr.(1) [369] Maria Arens d' ALM [1038].
Uit dit huwelijk:
  1. Syken Anthonisse van KLOOTWIJK [1040], geb. ca. 1634, begr. Capelle 9-7-1708, tr. [370] Sprang 8-12-1654 Corstiaan Pieter GLAVIMANS [1039], geb. ca. 1634, overl. Capelle 1-10-1713.

Anthoni Adriaens van CLOOTWIJCK, tr.(2) [1371] Gorinchem 25-2-1659 Alida van Berckel [3903].

Maria d'ALM zou dezelfde kunnen zijn als Maria Willems, de wed. van Aert Adriaens GLAVIMANS, secr. van Sprang.

1-7-1661 Anthonij Adriaens van Clootwijck, wonende alhier, doet - krachtens octrooi dd 23-6-1661 van de Staten van Holland en West-Friesland - makingen aan zijn vrouw Lijetje Hendricks van Berckel (Notaris van Osch, Gorinchem)

Hij was mede eigenaar van "De Houck" onder Almkerk, een leen van de ridderhofstad Hodenpijl.



XIIe. Adriaentje van CLOOTWIJCK [3888] (dr. van XIf), tr. 1645 Nanning Janszn van OUWERKERK (zv. haar stiefvader), [1364].
Kind(eren):
  1. Adriaen Nanning [3889].


Adriaentje Adriaens van Clootwijck, huwde voor 1645 Nanning Jans (van Ouwerkerk) haar stiefbroeder, zoon van Jan Cornelisse Nanninge en Bastiaensdr, gegoed onder Almkerk, bewoonde te Uppel een huis met elf hont land. Hij was anno 1653 waarsman van Doorn-Almkerk. Zij was mede-eigenaresse van "De Houck" onder Almkerk, een leen van de ridderhofstad Hodenpijl.

Adriaen Nanning, zoon van Nanning Jans (van Ouwerkerk) en Adriaentje van Clootwijck, die den geslachtsnaam van zijn moeder aannam, was Adriaen vernoemd naar zijn grootvader Adriaen van Clootwijck en volgde na een korte onderbreking zijn moeder op in het bezit van "De Houck" onder Almkerk, een leen van de ridderhofstad Hodenpijl, dat reeds lang aan de Van Clootwijck's had behoord. Kortom Adriaen Nanning was kennelijk bestemd, om dezen tak der familie van zijn moeder voort te zetten. Hij kwam dan ook steevast in de verschillende akten voor met den naam Van Clootwijck.

Op 3 september 1671 nam Adriaen Nanning van Clootwijck te Woudrichem een hypotheek van 500 caroli gulden op zijn leengoed "De Houck" onder Almkerk. In het naburige Emmichoven was Adriaen Nanning mede gegoed, zoodat hij daar weleens voor de schepenbank is opgetreden: op 2 november 1680 als belender, op 24 oktober 1682 als verkoper van een morgen zaailand in den banne van Ganswijk naast eigen land, terwijl hij op 23 november 1683 twee derde parten in zestien hond land overdroeg. Er is nog een transportakte van 4 mei 1691 voor de schepenbank van Woudrichem, waarbij Adriaen van Clootwijck, wonende te Almkerk, een morgen zaailand in den banne van Uppel aan 's-Heerenweg voor 200 caroli gulden overdroeg aan Dirk ten Hage, burgermeester van Woudrichem.

Op 23 februari 1662 transporteerden voor schepenen van Woudrichem (r.a. nr 114), krachtens koopcontract van 3 februari 1662 voor notaris van Osch te Gorcum, Anthony Adriaens van Clootwijck en zijn zwager Nanning Jans nomine uxoris Adriaentje van Clootwijck voor 2300 car. guldens hun leenen der ridderhofstad Hodenpijl met name huis en hoeve "De Houck" onder Almkerk. Op 3 september 1671 bij akte van notaris Otto Kien te Gorinchem kocht Adriaen Nanningh van Clootwijck het familiegoed weer terug. Daags daarop volgde zijn belening (Woudrichem r.a. nr 115) en vervolgens (Woudrichem r.a. nr 120) verhypotheceerde hij zijn bezit voor een schuld van 500 car. gulden geleend geld van Johan ten Hage, oud burgermeester van Woudrichem. Arend van Loo, toenmaals ambachtsheer van Hodenpijl, verleende akte van deze hypotheek. De ten Hage's zijn van hypotheekhouder eigenaar geworden van "De Houck".

Bronnen: Een honderdtal Ned. Families door Maris



© Kineo 2006-2016 54.156.82.247